De onderwijs- en examenregeling ligt er. Het document is opgesteld, goedgekeurd door de examencommissie en gepubliceerd voor studenten. Maar als je eerlijk bent, klopt er iets niet helemaal. De leeruitkomsten in de OER sluiten niet vanzelfsprekend aan op wat er in de praktijk geleerd wordt. Vakken overlappen, of er zitten gaten in het programma. En niemand heeft écht een compleet overzicht van het geheel.
Herkenbaar? Dan ben je absoluut niet de enige. Veel hbo-opleidingen worstelen met precies dit vraagstuk: hoe zorg je ervoor dat de OER en het daadwerkelijke curriculum op elkaar aansluiten? Dat ze samen een coherent geheel vormen?
Wat is de OER eigenlijk?
De OER, de Onderwijs- en Examenregeling, is een wettelijk verplicht document dat elke HBO-opleiding jaarlijks opstelt. Daarin staat wat studenten moeten kennen en kunnen aan het einde van de opleiding, hoe de toetsing eruitziet, en welke routes studenten kunnen volgen. Met de invoering van de Wet leeruitkomsten, op 1 januari 2025, is de OER voor veel opleidingen nóg bepalender geworden. Leeruitkomsten vormen nu de juridische ruggengraat van de opleiding.
Maar een OER is op zichzelf geen curriculum. Het beschrijft het wat en het waartoe, het gewenste eindresultaat. Het curriculum beschrijft hoe studenten dat eindresultaat bereiken: via welke vakken, opdrachten, stages en leerroutes. En juist in die vertaalslag van OER naar curriculum gaat het al snel mis.
Coherentie: makkelijker gezegd dan gedaan
Coherentie in het curriculum betekent dat alle onderdelen van de opleiding logisch op elkaar aansluiten en samen bijdragen aan de leeruitkomsten. Klinkt vanzelfsprekend, maar de praktijk is weerbarstig.
Opleidingen zijn vaak organisch gegroeid. Vakken zijn in de loop der jaren toegevoegd, docenten hebben hun eigen invulling gegeven aan modules, en niemand heeft meer het overzicht over het geheel. De OER wordt dan al snel een document dat elk jaar opnieuw wordt bijgewerkt op basis van de bestaande situatie, een administratieve klus in plaats van een kompas voor de inrichting van het curriculum.
Constructieve afstemming is het principe dat hier houvast biedt. Het gaat erom dat leeruitkomsten, onderwijsactiviteiten en toetsing als een samenhangende keten zijn ontworpen. Als je wilt weten in hoeverre jouw opleiding daar al aan voldoet, is de CurriculumCheck HBO een goed vertrekpunt.
Van leeruitkomsten naar leerroutes
Een van de praktische uitdagingen bij het OER-schrijfproces is de vertaling van leeruitkomsten naar concrete leerroutes. Leeruitkomsten beschrijven wat een student moet kunnen aantonen, maar ze zeggen niets over hoe de student dat leert. Dat is bewust zo: de Wet leeruitkomsten geeft opleidingen juist de ruimte om flexibele routes aan te bieden, zodat studenten op hun eigen manier het eindniveau kunnen bereiken.
Maar die vrijheid vraagt ook om zorgvuldigheid. Als je meerdere leerroutes aanbiedt, moeten al die routes ook samen leiden naar dezelfde leeruitkomsten. Dat is een curriculumvraagstuk, en het vraagt om een helder overzicht van je volledige opleidingsprogramma. Hoe zijn de vakken en toetseenheden gekoppeld aan de leeruitkomsten? Welke leeruitkomst wordt via welke route aangeboden? En zijn er doublures of blinde vlekken?
Backward design is hierbij een krachtige aanpak. Je begint bij het einde, de gewenste leeruitkomsten, en ontwerpt vervolgens de toetsing en het onderwijs. Zo zorg je dat alles in dienst staat van het uiteindelijke doel.
De OER als levend document
Een veelgemaakte fout is het zien van de OER als een administratieve verplichting die eens per jaar wordt afgevinkt. De OER werkt het best als een levend document dat gewoon in verbinding staat met het curriculum. Dat betekent: regelmatig toetsen of de leeruitkomsten nog actueel zijn, of de toetsing nog klopt, en of de onderwijsactiviteiten aansluiten bij wat je beoogt.
Dat vraagt om een gezamenlijk proces. Curriculumcommissies en beleidsmakers kunnen de OER niet in hun eentje schrijven en daarna naar het team sturen. De docenten die het onderwijs uitvoeren, weten als geen ander waar de coherentie ontbreekt. Betrek het team actief bij het OER-proces. Maak de koppeling tussen leeruitkomsten en onderwijspraktijk bespreekbaar, en gebruik die gesprekken om het curriculum te verbeteren. Een sterk curriculumvisiestuk helpt daarbij om iedereen dezelfde kant op te laten kijken.
Zo gebruik je dit in Curriculum Playground
In Curriculum Playground kun je de structuur van je OER direct koppelen aan je curriculum. Je voert leeruitkomsten in als basis van je opleidingsprogramma, en koppelt daar vervolgens toetseenheden en onderwijsactiviteiten aan. Zo zie je in één oogopslag of elke leeruitkomst voldoende geborgd is in het curriculum, en of er overlap of hiaten zijn.
De dekkingsmatrix is daarbij een bijzonder handig hulpmiddel. Die laat zien welke vakken of modules bijdragen aan welke leeruitkomsten, en waar de opleiding misschien te zwaar inzet op bepaalde uitkomsten terwijl andere nauwelijks aan bod komen. Dat inzicht maakt het OER-schrijfproces concreter en gerichter. Je werkt vanuit overzicht, en dat is wat coherentie écht mogelijk maakt.
Curriculum Playground maakt het ook eenvoudig om dat overzicht te delen met het team. Je kunt collega’s toegang geven tot de visualisaties, zodat iedereen werkt vanuit dezelfde informatie. Geen losse Excelbestanden, geen versieconflicten. Gewoon een helder, gedeeld beeld van het curriculum.
Tot slot
Coherentie in je OER en curriculum is geen luxe, het is een voorwaarde voor kwaliteitsvol onderwijs. Als de leeruitkomsten, het onderwijs en de toetsing niet op elkaar aansluiten, betalen studenten uiteindelijk de prijs. En dat wil je als opleiding voorkomen.
Wil je zien hoe je OER, leeruitkomsten en curriculum in één overzicht brengt? Plan een demo op jullie curriculumvraag. We laten zien hoe je de koppeling tussen leeruitkomsten, toetsing en onderwijsactiviteiten zichtbaar maakt voor jullie opleiding.
